Een kijkje in de keuken bij Groentegoed: ‘In onze spreads proeven de kinderen de echte smaak van groente’

Lekkere, pure groentespreads als alternatief voor zuivel en vlees op brood. Met die missie doken Albert van der Veen en chef-kok Jeroen Schuurman vier jaar geleden de keuken in. Inmiddels bestaat hun Groentegoed-lijn uit zes spreads - te bestellen bij Telesuper - die erg in trek zijn in de kinderopvang.

Hoe is het idee voor Groentegoed ontstaan?

Albert van der Veen: ‘Jeroen en ik hebben elkaar ontmoet bij Stegeman. Ik werkte tijdelijk op de salesafdeling en Jeroen ontwikkelde een vleeswarenconcept. Dat vonden we zó leuk dat we vierenhalf jaar geleden dachten: waarom beginnen we niet iets voor onszelf? We hebben allebei kinderen en vonden het lastig wat we op hun brood moesten smeren. Wat is, met de inzichten van nu, een gezond alternatief voor smeerworst en smeerkaas? Daaruit is het idee ontstaan om pure groenteproducten te gaan ontwikkelen met zo min mogelijk toevoegingen.’

En toen is Jeroen de keuken in gegaan?

‘Hij heeft in zijn keuken allerlei producten ontwikkeld op basis van groente. Daarmee zijn we naar PLUS gegaan. Daar waren ze laaiend enthousiast over de tomaat americain – onze variant op filet americain. Toen hebben we in vier maanden een fabrikant gezocht, een etiket ontworpen, een naam gekozen, een houdbaarheidstest gedaan en al het andere dat komt kijken bij het lanceren van een nieuw product. We zijn nu vier jaar, zes producten en een eigen productielocatie verder en het gaat hartstikke goed.’

De producten van Groentegoed bevatten geen conserveringsmiddelen, maar hebben toch een goede tht-datum. Hoe doen jullie dat?

‘Omdat we geen conserveringsmiddelen wilden gebruiken, moesten we er op een andere manier voor zorgen dat onze producten houdbaar zouden zijn. We zijn uitgekomen op High Pressure Pascalization (HPP), oftewel hogedrukpascalisatie. Wij produceren en verpakken de spreads in onze eigen fabriek, waarna ze naar de pascalisatielocatie gaan. In een machine met koud water worden de bakjes tot 6000 bar onder druk gezet, waardoor de bacteriën en schimmels inactief worden gemaakt. Hierdoor zijn de producten zo’n 50 dagen houdbaar, zonder conserveringsmiddelen.’

Waarom maken niet alle producenten gebruik van die HPP-techniek

‘Omdat het nogal omslachtig is. Normaal gesproken is het maken van dit soort spreads een compleet geautomatiseerd proces. Bij HPP moet dat worden onderbroken om de producten naar de pascalisatielocatie te brengen. Dat kost geld. Daarbij maakt het je product kwetsbaarder; het moet meteen na het afvullen worden gepascaliseerd. Daar kun je niet mee wachten. Het is veel efficiënter en goedkoper om er conserveringsmiddelen in te doen.’

Waarom kiezen jullie dan tóch voor HPP?

‘Jeroen en ik zijn eigenwijs. Waarom conserveringsmiddelen toevoegen als dat niet hoeft? Daarbij geven conserveringsmiddelen een wat zurige smaak, die je moet opheffen door suiker toe te voegen. Wij willen juist dat de spreads zo puur mogelijk zijn en je de oorspronkelijke smaak proeft. Zo leren kinderen hoe een tomaat of een pompoen echt smaakt. Dan is het productieproces maar net wat duurder.’

Jullie maken zoveel mogelijk gebruik van groente die anders weggegooid zouden worden, waarom is dat?

‘Dat doen we echt voor het ideaal erachter. Je zou denken dat het ook goedkoper is, maar dat is niet zo. Om een voorbeeld te noemen: als we de zoete aardappel gegrild diepgevroren zouden inkopen, zouden we net zo duur uit zijn. Maar wij kiezen er toch liever voor om de verspilde zoete aardappels van een lokale boer te gebruiken. Die kopen we in het seizoen met honderden kilo’s tegelijk in. We poffen ze in de oven, waarna ze de vriezer in gaan. Op die manier doen we het ook met de pompoenspreads.’
Zien hoe de zoete aardappelspread wordt gemaakt? Bekijk het HIER.


De producten van Groentegoed zijn populair in de kinderopvang, welke smaken doen het goed

‘De tomaat americain en kikkererwt paprika vallen in de smaak, maar ook de zoete aardappel curry madras. Ik dacht dat die iets te pittig zou zijn voor kinderen, maar ze blijken het hartstikke lekker te vinden. De pedagogisch medewerkers gebruiken de spreads overigens niet alleen voor op brood, maar ook tijdens het groentemomentje. Dan kunnen de kinderen lekker met stukjes paprika en komkommer in de spread dippen en krijgen ze dubbel groente binnen.’

In de kinderopvang worden meestal de richtlijnen van het Voedingscentrum gevolgd bij de keuze voor broodbeleg. Voldoen de spreads van Groentegoed aan die richtlijnen?

‘Onze spreads zijn volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum een dagkeuze. Ze zijn laag in zout, maar niet zoutloos. Wij vinden dat wat je eet ook lekker moet zijn, daarom voegen we een beetje zeezout toe. Tegelijkertijd zitten de spreads boordevol groente, bevatten ze geen e-nummers, toegevoegde suikers of conserveringsmiddelen. Als je op het etiket kijkt, herken je alle ingrediënten; die vind je ook gewoon in de supermarkt. Daardoor is de smaak heel puur, zoals je het zelf thuis ook zou maken. We voegen overigens alleen zout toe als het nodig is. We zijn nu bezig met het ontwikkelen van een nieuw product waarbij dat niet hoeft.’