foelie

Kom meer te weten over foelie

Kruiden geven ons eten snel meer smaak, maar ze bieden ook fijne extra’s. Deze keer kiezen we voor foelie; een exotische smaakmaker.

De nootmuskaatboom levert ons twee verschillende specerijen: nootmuskaat en foelie. De boom geeft bittere vruchten ter grootte van een abrikoos. Het zaad daarvan is de nootmuskaat, met daaromheen een vuurrood draderig vlies: foelie. Het woord foelie stamt dan ook af van het Latijnse woord folium dat ‘vlies’ betekent.

Tijdens de oogst wordt dit verwijderd en gedroogd, waardoor het meer oranjeachtig van kleur wordt. Een volledig stuk foelie is ongeveer drie centimeter lang en een millimeter dik. Foelie en nootmuskaat hebben een vergelijkbare smaak, maar de smaak van foelie is zachter met een warm aroma en een scherp randje. Het ruikt licht naar citrus.

Als je foelie en nootmuskaat combineert ontstaat een warme smaak zonder die scherpe randjes. Foelie vind je vanaf de Middeleeuwen terug in onze keuken. Het wordt gebruikt bij het stoven van vlees en het trekken van bouillon. Het smaakt lekker op vis en groenten als asperges en bloemkool en doet het goed als specerij in een bechamelsaus. Je vindt foelie terug in zoete gerechten als pudding en rijstpap, maar ook in speculaaskruiden voor het bakken van speculaas, pepernoten en kruidkoek.

In tegenstelling tot nootmuskaat wordt foelie meestal aan het begin van het koken toegevoegd, zodat het de tijd heeft om zijn smaak af te geven. Aan het eind worden de stukjes foelie er weer uitgevist; erop bijten geeft geen fijne smaak. Gebruik niet te veel foelie, want het geeft veel smaak. Foelie combineert goed met broertje nootmuskaat, maar ook met kruidnagel, laurier, kaneel, gember en peper.

Deze tekst is geproduceerd door onze partner Coop.